Lievevrouwebedstro: een fijne bodembedekker in schaduw én zon

Lievevrouwebedstro: een fijne bodembedekker in schaduw én zon

Lievevrouwebedstro: het is toch een prachtige naam? Deze plant wordt ook wel Galium odoratum of Asperula odorata genoemd. En die namen geven al aan dat de plant erg prettig ruikt. Zowel de plant als de bloemen verspreiden een zoetige, kruidachtige geur. Ik noem het altijd een landelijke hooigeur, want de geur roept bij mij gevoel van landelijkheid op. En inderdaad: heel vroeger werden de bedden en kussens gevuld met lievevrouwebedstro, vanwege de kruidige geur.

lievevrouwebedstro close-up

Bodembedekker in de (half)schaduw

Je kunt lievevrouwebedstro heel goed als bodembedekker inzetten. De plant groeit prima in de schaduw, omdat het een bos plant is. Maar halfschaduw kan ook prima. Hoewel de plant ondergronds doorgroeit en horizontaal aan de wandel gaat, is het geen woekeraar. Hij groeit niet explosief, maar juist voorzichtig.

Een prachtig veld van lievevrouwebedstro

De bloemetjes van lievevrouwebedstro zijn heel klein en fijn. De plant bloeit rond april of mei. Het lijkt van een afstandje wel een beetje kantachtig. Hoewel één bloemetje op zich heel iel is, is een veld vol prachtig om te zien. Op mijn werk heb ik een bed met lelietjes van dalen, met eronder lievevrouwebedstro. Die bloeien tegelijkertijd, en dat is een supermooi gezicht.

lievevrouwebedstro in border

Weinig werk, veel resultaat

De plant heeft niet veel verzorging nodig, maar wordt er wel veel mooier van. Weinig werk en veel resultaat, daar houden we van! De drie dingen die je doet voor lievevrouwebedstro zijn bemesten, snoeien en opnemen.

Als je de bodem goed voorbereidt door in het najaar voorzichtig te bemesten, zal de plant veel beter groeien. Snoeien doe je na de bloei. Als de plant hoger dan 20 centimeter wordt, knip ik de helft eraf met een snoeischaar. Zo wordt de plant weer wat compacter.

lievevrouwebedstro

Lievevrouwebedstro opnemen

Wil je je plant op dezelfde plek houden, dan is het van belang om hem op te nemen. Dat betekent dat je de plant uit de grond haalt (eind augustus, begin september). De grond voorzie je van mest en (of) compost, en de jonge delen kun je weer herplanten. Het midden van de oude plant kun je beter wegdoen. Dit doe je omdat de originele plant elk jaar van binnenuit afsterft en zich naar buiten toe verjongt. De uiteinden groeien verder, maar omdat hij dus horizontaal groeit, komt de plant steeds iets verder terecht. Door hem op te nemen, voorkom je dat.

Wat vind jij van lievevrouwebedstro?

 

One Comment

  1. Albert Belmer

    heb ik als randplantje geplant, over 4m, van schaduw naar veel zon. Maar kan niet tegen teveel zon, dus de lengte is nu 2 1/2 m. Daar staat tegenover dat hij zich richting schaduw verbreed heeft als bodembedekker, onder de gebroken hartjes en akelei die ik bij de salomonszegels genoemd heb. Vind ik prima natuurlijk. Heeft concurrentie van schildersverdriet en wilde aardbeien. Vind ik ook prima.
    Opnemen en splitsen van het bedstro heb ik niet gedaan. Zo te zien geen nadelen.

Reageer op dit bericht

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*